Tutto fa brodo/Alle beetjes helpen
Het Belgische gezelschap Laika serveert culinair theater met in de hoofdrol een vegetarische Don Quichot
21/10/2019 - Andrea Zangari - Teatro e Critica

In het Teatro delle Passioni in Modena is Tutto fa brodo in première gegaan. De voorstelling, gebaseerd op Cervantes’ Don Quichot, is een samenwerking tussen het Belgische gezelschap Laika en de pas afgestudeerde acteurs van de theaterschool Iolanda Gazzero binnen de ERT (Emilia Romagna Teatro Fondazione). Een recensie.

Het is bekend dat de beroemde edelman Don Quichot zo graag ridderromans las dat hij er gek van werd. Minder bekend, of in de ogen van sommigen misschien minder verfijnd, is zijn obsessie voor voedsel. Wie Cervantes’ roman openslaat ontdekt onmiddellijk welke passie de bovenhand neemt: "hij spendeerde drie vierde van zijn inkomen om os te kunnen eten in plaats van schapenvlees, at de meeste avonden vlees gedrenkt in saus, kleine stukjes schaap op zaterdag, linzen op vrijdag, … " zo staat al geschreven in de tweede zin van het eerste hoofdstuk. Ziedaar een relevante insteek voor een scenische bewerking van deze meest klassieke der romans. Des te meer daar de koppeling theater en voeding steeds meer in de belangstelling lijkt te staan (Alessandro Iachino schreef er hier onlangs nog over), zij het met de nodige vertraging in vergelijking met de media-aandacht voor het fornuis in talks en reality-shows.

Sinds de jaren negentig maakt het Belgische gezelschap Laika van de relatie tussen theater en het culinaire de ruggengraat van zijn podiumonderzoek in voorstellingen gericht op een jonger publiek en in het algemeen op een publiek van niet-ingewijden. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de zaal van het Teatro delle Passioni geurt naar een osteria en dat er een lichtdampend aroma opstijgt uit de coulissen, zichtbaar voorbij de opening in het achtergronddoek. Het is evenmin verwonderlijk, in het licht van wat we hier schrijven, dat we iets vernemen over Alonso Quijano en zijn transformatie tot de held die vecht tegen de windmolens. Tutto fa brodo is de suggestieve titel van het afstudeerwerk van de studenten van de theaterschool Iolanda Gazzero. Een bewerking van Cervantes’ meesterwerk dat Laika (Jo Roets, Peter De Bie en Michiel Soete) samen maakt met de negentien vers afgestudeerde acteurs uit de internationale masterclass van de ERT.

Tutto fa brodo speelt met de klassieke roman, allereerst door ‘de tafel’ in te zetten zowel als plaats van sociale samenkomst, als iconisch beeld én als scenografisch object. In elk van deze dimensies bepaalt ze de rest van de ruimte. De scène wordt in al zijn diepte gebruikt: de lengte van de tafel verleent het toneelbeeld enerzijds perspectief en anderzijds roept ze meteen de atmosfeer op van plekken die we met tafels associëren: van een ridderzaal waar zich een banket afspeelt tot het kraam van een dorpsfeest. Taferelen die de toeschouwer zeker kent uit zijn verbeelding of uit de realiteit (als er tussen beide ooit al een verschil was), en die op basis van deze herinneringen symbool staan voor gezelligheid. Deze ruimtelijke aanpak is méér dan een staaltje van lege retoriek. Het procedé wordt doordacht tot in zijn schijnbaar extreme maar eigenlijk vanzelfsprekende consequenties. Het publiek wordt middenin de actie plots uitgenodigd om de scène te betreden en plaats te nemen op de zitjes opzij van de bühne. En terwijl de voorstelling in het centrale gedeelte doorgaat, wordt het diner geserveerd.

Hier onthult zich reeds het vernuft van de beoogde artistieke knipoog. De zwaarwegende opgave om een dramaturgische herwerking van de roman te maken, is teruggebracht tot een concept waarbij het koor centraal staat en de actie wordt versnipperd door rolwissels, over the top-spel en een volgehouden multizintuiglijke gelaagdheid. In het licht van deze overrompelende gebeurtenissen kan een zekere verbijstering optreden, maar dat is een potentieel vruchtbare toestand. In het monteren van laag bovenop laag wordt aan geen enkele tekstuele suggestie of beeldrijke vondst verzaakt, waardoor de toeschouwer – om in de metafoor te blijven – een waar buffet krijgt aangeboden.

"Zin in dit of eerder in dat?” lijken de acteurs voortdurend te zeggen, terwijl ze elkaar achternazitten tegen een wervelend tempo. Ze eigenen zich Don Quichot zo vrij toe dat ze zelfs het identiteitsprincipe van het personage schenden: Don Quichot krijgt gestalte in vele lijven en verwerft zo evenzoveel fysieke en psychische nuances. Bij het doorgeven van de rol aan elkaar raakt elkeen gewond, een referentie aan de gekende microverhalen, die worden teruggebracht tot koortsachtig naast elkaar geplaatste koortaferelen. Een grapje missen is niet erg en gebeurt ook snel wanneer je in tussentijd aan het twijfelen bent tussen het een of het andere voorgerecht – hmmm. Het menu zelf biedt gerechten met een dubbele aard, aangezien ze niet zijn wat ze lijken: de venusrijst in veldsaus doet denken aan een zestiende-eeuwse olla (stoofpot van vlees en groenten, een hoogstandje van de Iberische keuken), een gemarineerde watermeloen roept met veganistische ironie de gedachte op aan bloedige plakjes gekookt vlees. Eens te meer speelt de verwevenheid van beeld-woord-smaak met onze perceptie: de schil van de watermeloen die aan tafel wordt gegeten krijgt op de bühne later een tweede leven als helm.

De quichottiaanse waanzin (een muilezel bestijgen is al net zo ongerijmd als zich beschermen met een watermeloen) krijgt doorheen alle synesthetische gekte een politieke toon in het begin- en eindbeeld van de voorstelling; de connotatie tussen boek en voedsel, tussen het voeden van de geest en het voeden van het lichaam. Tutto fa brodo ontwikkelt met andere woorden, vanuit een spectaculaire vorm die barst van plezier, chaos en tumult, een betekenis die methodologisch en ethisch kristalhelder is. Het ‘theater van de zintuigen zoals Laika het noemt, opent brede perspectieven: als theater in de gevestigde praktijk de plaats is waar het woord-het horen en het beeld–het zien voorop staan, is het dan ook denkbaar dat het een plaats wordt van geur en smaak? Dat wil zeggen, een plek waar ook door deze zintuigen betekenis kan worden gegenereerd?

Afgezien van dit vraagstuk roept Tutto fa brodo als sluitstuk van een educatief traject wel enkele bedenkingen op. Het is precies de formele perfectie van de scenische vormgeving, het resultaat van het duurzame en internationale parcours dat de compagnie loopt, die een meer particuliere aanpak bemoeilijkt. Het framewerk van het koor faciliteert een zekere vorm van individuele groei, doordat de performers moeten zoeken naar een podiumbalans, op de proef gesteld door het kleurrijke zintuiglijke circus dat hen omringt. Tegelijkertijd ontstaat de indruk dat het werk collectief wordt gecoördineerd en met een sterke disciplinaire ethiek, eerder dan vanuit de blik van het individu.

Als de pedagogische waarde van de samenwerking schuilt in de mogelijkheid om de acteur in opleiding te confronteren met ‘auteurschap’ (zowel dat van het gezelschap als dat van de klassieker), dan rijst de vraag hoeveel tijd er nodig is voor een leerproces dat niet al te snel verzinkt in het nastreven van resultaat. Is het werkelijk mogelijk dat er een diepgaand proces plaatsvindt in de periode "tussen zomer en najaar 2019" van slechts enkele weken (de duur van de confrontatie tussen Laika en de acteurs)? Hoe dan ook, soms wordt de bravoure van deze verbijsterende, speelse machine ontsierd door een aantal timingsfouten, of door een overdaad aan gestes, die vervolgens verloren gaan. Per slot van rekening verschijnt de poëtische essentie van Don Quichot nergens zo helder als in het moment dat hij van zijn paard valt.

Bron