De dood is van het leven
21/04/2005 - Wouter Hllaert - De Morgen

Het openingsweekend van het Antwerpse jeugdfestival Tweetakt had een pak premières in de aanbieding. Het was voor bezoekers bijna als shoppen op de Meir, waar in de winkels ook nog eens diverse kleinere projecten speelden. Het tasje waarmee je thuiskwam, stak dan ook vol verhalen. Daartussen een paar heerlijke ontdekkingen en heel af en toe een miskoop. Is theater consumeren geworden? Niet als het van de betere producties afhangt.

Het eerste deel van de cyclus De dood en het meisje van Inne Goris en Zeven bijvoorbeeld laat zich niet zomaar inpakken. De voorstelling vertrekt thematisch van het gelijknamige strijkkwartet van Franz Schubert, maar laat daar maar splinters van heel. Zo komt de muziek die Charo Chavez op basis van Schubert componeerde, enkel in stukken en brokken terug. Telkens wordt ze afgeknot, zoals dat gebeurde met het leven van het hoofdpersonage Anna. Zij is dood, zij komt niet langer in het stuk voor. Want de dood gaat niet zozeer over weg zijn, maar over achterblijven met het gemis. En dus ligt de focus op de zes vriendinnetjes van Anna. Ze vertellen niet één verhaal, maar spelen versplinterde scènetjes.

Eentje ligt bij aanvang in een wit onderbroekje als dood, een ander plant paaslelies in haar mond. Een derde meisje stort een bakje aarde uit en wordt een ontluikende boom, neergebliksemd door een duo in zwarte kleedjes, met "pikzwarte gedachten". Het zijn allemaal eigengereide metaforen voor de dood als iets waarmee je opgroeit. En dus niet als iets waarmee het afgelopen is. Rouw lijkt hier vooral een spelletje op de speelplaats, met deelgenoten en tegenstanders. Het eerste meisje wordt het blindemannetje, de anderen spelen verstoppertje achter de halve deuren die scenograaf Michiel Van Cauwelaert tot een klappende achtermuur verwerkt heeft. Er openen zich steeds nieuwe kieren op de dood én het leven: schaamte en verdriet, maar ook tederheid.

Veel beelden spreken zonder dat je ze begrijpt, en dat is voor een voorstelling uit improvisaties een succes. Een succes vanuit durf. Alles ligt aan de zelfexpressie die de zes jonge tieners hebben mogen behouden, binnen het strenge ritme dat Goris over de voorstelling legt. Zoals wanneer ze op het eind synchroon op hun tippen rijzen, elk met hun eigen invulling van die symbolische actie. Het betekent wat je ervan maakt. Net doordat Zeven in De dood en het meisje geen grote uitverkoop op betekenis houdt, krijgt iedereen een voller karretje mee naar huis. Economisch kan dat niet, in theater wel.

Net zo suggestief is de video-installatie Servas van Filip Peeters en Radomira Dostal bij Froe Froe. Je krijgt in wazige monochrome beelden enkel een tafelblad te zien waarover een tirannieke madame haar handen beweegt. Ze drinkt koffie, speelt patience en tinkelt om de haverklap met een bel haar twee dienstmeiden op. Die moeten propere nagels voorleggen, of ze krijgen een tik. Ze moeten schrobben om niks, bij madame komen voor van alles. Burgerlijke verveling gecombineerd met macht is altijd gevaarlijk. De meiden slaan hun bazin op het eind gewoon dood. Je ziet er weinig van, maar de details vertellen veel. En de sfeer van kant, kristal en porselein is soeverein in beeld gebracht. Of hoe je ook met vorm een verhaal kunt vertellen.

Helemaal tegengesteld aan het upperclass-gevoel van Servas is het Kempense ondermilieu dat Stijn Cole en co schetsen in Matchboks The Prequel van HETPALEIS. Pol en Lizzy vormen met het zielige opvangkind Willy het bekende gezinnetje dat het niet breed heeft en dat gemis compenseert met glitterdromen over mediasucces. Ene Reginald met geföhnde pruik en wit kostuum maakt daar handig misbruik van. Hij zal het koppel, met de juiste investering, lanceren in de showbizz. Maar 'Regi' is vooral uit op Lizzy, net als frustro Willy. Er komt een ongewenste zwangerschap, en alle liefde loopt dood in doffe eenzaamheid. Het is een sudderende kookpot die ook hier ontploft in moord.

De tragedie van het gewone leven, het doet denken aan Arne Sierens of Iedereen beroemd, maar van die voorgangers mist Matchboks The Prequel het grote respect voor het uitgebeelde volksmilieu. Het wordt in felle kostuums en dito gedragingen vooral nagebootst, bijna als doel op zich. Eerst werkt dat nog grappig, zoals wanneer hooligan Roland de mannetjesputter begint uit te hangen. Maar naarmate de boel ontspoort, sijpelt ook de concentratie uit de voorstelling weg. De charmante schildering in verschillende tijdsetappes wordt te weinig aangedreven door psychologische motoren. En dan wordt het snel vlak: een makkelijk product, dat ondanks de goede artistieke bedoelingen van de makers niet duidelijk kan maken waartoe het eigenlijk moet dienen.

Dat zijn consumptiemiddelen: dingen die samenvallen met hoe ze eruit zien en die hun waarde verliezen als ze ten einde zijn. Het is een kwestie van dimensionaliteit, van gelaagdheid. Is een voorstelling niet meer dan haar oppervlaktebeeld, dan duurt ze maar zolang ze duurt. Ook al is dat dan genieten, zoals in Spinnekop van Studio Wambach. Uniek zijn de rijke insectenkostuums en de harmonische veelzijdigheid van spel, zang, dans, film en muziek in deze jonge productie, maar inhoudelijk raakt het niet verder dan dat. Jongen verliefd op meisje, zij door een monster omgetoverd in een spin, hij verslaat het monster. Kus en kindertjes, klaar. Hoewel sympathiek is het wat te zeer naar het kinderpubliek toegespeeld.

De ideaalste dubbellaag zit in de locatievoorstelling Slot van Laika en HETPALEIS. Jonge ogen zien een sprookje waarin een onschuldige jongen, Tintagiles, van zijn opa en zijn zus wordt weggeroofd door een onzichtbare koningin. Iets oudere ogen zien daarin een metafoor voor - alweer - de dood. Symbolisme heet dat, want het oorspronkelijke stuk is van Maurice Maeterlinck. Hij schreef het als een 'klein drama voor marionetten' in 1894, en drenkte zijn zwarte pen diep in existentiële emoties als angst en eenzaamheid. Laika probeert dat allerminst te ontkennen, en daar heb je meteen de rode draad in dit openingsweekend van Tweetakt. Het hoeft niet zo nodig vrolijk te zijn omdat het ook voor kinderen is, wel integendeel.

Zo kiest regisseur Bart Van den Eynde in het grote holle lichaam van de Borgerhoutse fabriek voor een naargeestige nachtmerrie. In de verte huilen dieren en rammelen kettingen, en daar voegt Arne Lievens een heel suggestief lichtontwerp aan toe. Dat alles moet voor dynamiek zorgen in de bijzondere, maar statische tekst van Maeterlinck. Want zijn stuk is een kluif, vooral door de grote gevoelens erin. De twee jonge acteurs Tim David en Anna Vercammen, die de ervaren Bart Slegers als broer en zus vergezellen, hebben het daar wel eens moeilijk mee. De valkuil van een te geëxalteerde uitdrukking dreigt voortdurend, ondanks de intimiteit die Slot opzoekt. Maar de dubbele betekenis van de titel weten de makers zeker waar te maken. Waar de deur naar de dood in De dood en het meisje op een lichte kier blijft, dondert ze hier als een kasteelpoort genadeloos toe.