Rapport van juryvoorzitter Bregje Boonstra
09/2001 - Bregje Boonstra (Eindredactie Arthur Sonnen en Tineke van Manen) - Het Theaterfestival 2001

Jo Roets heeft onmiskenbare affiniteit met het negentiende eeuwse toneelrepertoire, zoals blijkt uit de trilogie die hij in het verleden met zijn gezelschap Blauw Vier maakte naar de belangrijkste stukken van Edmond Rostand: Cyrano de Bergerac, l'Aiglon en Chantecler. Het leverde overrompelend en toegankelijk jeugdtheater op, met heel vanzelfsprekende inkijkjes in de geschiedenis. Als belangrijke drijfveren in zijn werk noemde Roets eens zijn liefde voor een goed verteld verhaal, de fascinatie voor het gedoe tussen mannen en vrouwen en het plezier dat hij eraan beleeft om ingewikkelde zaken tot hun essentie terug te brengen, met het oog op zijn jeugdige publiek. Als deze 'intentieverklaring' ergens geïllustreerd wordt, dan is het in De Karamazovs.

Samen met acteur Jur Van der Lecq heeft Jo Roets zo'n duizend pagina's negentiende eeuwse roman weten om te vormen tot anderhalf uur overzichtelijk theater, dat wonderlijk genoeg de indruk wekt van oorsprong een repertoirestuk te zijn. Uiteraard is het vertellen van een 'goed verhaal' bij Dostojevski in vertrouwde handen. Zijn filosofisch getinte familie epos handelt over liefde, haat, afgunst, hebzucht en wraak en het herbergt een tot aan het eind toe onopgelost mysterie. Het heeft de Tsjechow-achtige kleur van verval en ondergang en kent sterke, botsende karakters, die verschillende levensinstellingen vertegenwoordigen. De gebroeders Karamazov zijn met zijn drieën, de geheimzinnige bastaardzoon niet meegerekend. De vader is een drankzuchtige, rokkenjagende klootzak, die door zijn nageslacht regelmatig naar de andere wereld gewenst wordt. Wanneer zijn gewelddadige dood echter een feit is geworden, blijkt de schuldvraag niet eenvoudig te beantwoorden.

Wat betreft hartstocht en het 'gedoe tussen mannen en vrouwen' geeft Dostojevski Jo Roets en met hem zijn puberpubliek het volle pond aan Russische emoties. De vader en zijn oudste zoon Dmtri strijden om de gunsten van de frivole Groesjenka, waarop de gedumpte Katerina dan maar genoegen neemt met de tweede broer Ivan, die eigenlijk zijn handen vol heeft aan het hervormen van de wereld. De meest pure, maar door het lot gedwarsboomde liefde is die tussen de gehandicapte Liza en de zachtaardige Aljosja, de jongste Karamazov die in het klooster is getreden. En dan gaat het ook nog over ontbrekende vaderliefde, over de bloedband tussen de broers en de liefde tot God. In plaats van de typische thema's uit de doorsnee jongerenvoorstelling wordt hier het leven in veel meer en veel rijkere schakeringen verkend.

De essentie van de stortvloed aan menselijke gevoelens en verhoudingen wordt voor een jongerenpubliek tastbaar gemaakt in een groot aantal samengebalde scènes vol actie en in de kort durende emotie van het grote gebaar. Er is een aangename afwisseling van sfeer en stemming. Nu eens waan je je in een klassieke tragedie, dan weer in een muzikale klucht. Afgezien van het buitengewoon trage openingstafereel met rituele voetwassing volgen de scènes elkaar op in het flitsende tempo van de videoclip. Aan het slot vat Aljosja de menselijke tragiek aldus samen: 'Ik probeer alles en iedereen lief te hebben. Maar ik raak alles en iedereen kwijt. Ik hoop dat iemand weet waar dit goed voor is.' Toch valt er het nodige te lachen om die wonderlijke verzameling deerniswekkende figuren, een effect dat mede bereikt wordt door de nadrukkelijke, uitvergrote manier van spelen van een aantal acteurs. Daarnaast houden anderen het klein en naturalistisch, wat hier en daar botst, maar toch vooral klopt met de personages die zo uiteenlopend zijn als in het leven zelf.

Visueel houdt de voorstelling je op de punt van de stoel. De aanvankelijke lokatie van een verlaten bioscoop in Antwerpen bood prachtige mogelijkheden door de halfronde vorm, het afbraakpuin en het situeren van enkele scènes op het balkon. Nog bijna zonder iets te doen was hier het verval van de familie Karamazov en van het Rusische land al zichtbaar. Die sfeer van vergane glorie ging met de herneming in het theater verloren, maar wat er voor terugkwam is een grotere concentratie op tekst en spel, die de suggestie van een klassiek repertoirestuk versterkt. Het grootse, geheel uit grauwe aardappelkisten opgebouwde decor, met alle mogelijkheden voor de vele op- en afgangen en het spelen op een niveau boven de vloer draagt op wonderbaarlijke wijze bij aan deze suggestie.
Zo weet Laika met het ongehoorde aantal van tien acteurs een grote zaalvoorstelling van niveau en allure neer te zetten, iets wat binnen het jeugdtheater zelden wordt vertoond. Er wordt wel steeds meer in de grote zalen geprogrammeerd. Zo zagen we het afgelopen seizoen onder andere Nijntje, De koning van Katoren, Ronja de roversdochter, De Baron van Münchausen, Zusje Harmonika en 1000 Vingers. Kort samengevat bleven al deze producties in min of meerdere mate steken in het genre van de zoveelste familievoorstelling-met-een-flesje-in-de-pauze: amusement met soms een vertederende noot, een fantastische vondst, een paar hupse liedjes en een meezinger of een glanzend decor, vol slimme trucs. Maar voor artistieke visie en kwaliteit moet je binnen het jeugdtheater nog altijd in de kleine- of de middenzaal zijn. Dat idee wordt door Jo Roets en de zijnen met sukses aan het wankelen gebracht, waarvoor de jury met een eensgezindheid, die gedurende het hele seizoen verder niet voorkwam diep zijn hoed afneemt.

Recensies
09/2001
Het Theaterfestival 2001